Nieuwe leidraad helpt gemeenten bij bepalen breedte van voetpaden
Hoe breed moet een voetpad zijn? Die vraag lijkt eenvoudig, maar blijkt in de praktijk vaak lastig te beantwoorden. Met de nieuwe Leidraad breedte van voetpaden biedt CROW gemeenten en andere professionals een duidelijker kader voor het ontwerpen en beoordelen van voetpaden. In plaats van alleen te kijken naar de totale trottoirbreedte, staat voortaan de vrije doorloopruimte centraal: de ruimte die daadwerkelijk beschikbaar is voor voetgangers, zonder obstakels zoals palen, groen of straatmeubilair.
De leidraad bundelt en verduidelijkt bestaande aanbevelingen uit onder meer de Ontwerpwijzer voetgangers, ASVV 2021 en de Leidraad Toegankelijkheid. Het doel is om ontwerpers, verkeerskundigen en beheerders te helpen beter onderbouwde keuzes te maken over de ruimte voor voetgangers. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar een vaste minimumbreedte, maar ook naar factoren zoals voetgangersdrukte, het belang van een route en het gewenste comfortniveau.
Van vaste maat naar ontwerpkeuze
Een belangrijke verandering in de nieuwe leidraad is dat voetpadbreedtes niet langer uitsluitend worden bepaald door een vaste minimummaat. De benodigde ruimte hangt ook af van het gebruik van een route en de omgeving. Zo vragen drukke looproutes, winkelgebieden of de omgeving van zorginstellingen vaak om extra ruimte. Door deze factoren mee te nemen, verschuift de beoordeling van een standaardnorm naar een ontwerpkeuze die beter aansluit bij de lokale situatie.
Om ontwerp en beheer beter op elkaar te laten aansluiten, werkt de leidraad met vijf kwaliteitsniveaus. Voor het basisnetwerk van voetpaden geldt bijvoorbeeld kwaliteitsniveau B, met minimaal 2,00 meter vrije doorloopruimte. Belangrijke looproutes in het hoofdnetwerk vallen onder niveau A met minimaal 2,90 meter, terwijl routes met extra kwaliteit onder niveau A+ vallen met minimaal 3,60 meter vrije doorloopruimte. Voetpaden met minder dan 1,50 meter vrije ruimte worden als ernstig belemmerd beschouwd.
Vrije doorloopruimte als nieuwe meetlat
De nadruk op vrije doorloopruimte betekent dat obstakels in het voetpad niet langer worden meegeteld als loopruimte. Bij het ontwerpen van een voetpad moet daarom niet alleen naar de totale profielbreedte worden gekeken, maar ook naar objecten in de loopzone. Vernauwingen mogen slechts incidenteel voorkomen, met maximaal één vernauwing per 50 meter.
Daarnaast besteedt de leidraad nadrukkelijk aandacht aan verschillende typen voetgangers. Niet alleen de ‘standaard’ voetganger staat centraal, maar ook mensen met een rollator, rolstoel, kinderwagen of andere hulpmiddelen. Voetpaden moeten voldoende ruimte bieden om elkaar te passeren, te manoeuvreren en eventueel kort stil te staan.
Met deze aanpak helpt de Leidraad breedte van voetpaden professionals om voetgangersvoorzieningen beter te onderbouwen en integraal mee te nemen in het ontwerp, de inrichting en het beheer van de openbare ruimte.
