Fietsparkeren en inclusie: ‘Je moet verder kijken dan alleen een vak reserveren’
Hoe zorg je ervoor dat mensen met een aangepaste fiets hun voertuig net zo makkelijk kunnen parkeren als iedere andere fietser? Die vraag staat centraal in de nieuwe handreiking Fietsparkeren en inclusie van CROW. Yannick Kops (foto rechts) werkte namens CROW aan het project en Daan Verzijl (foto links) voerde het onderzoek uit namens Arcadis. Samen vertellen ze over hun bevindingen.
Voor wie is die handreiking eigenlijk bedoeld?
Yannick: ‘De meeste CROW-publicaties maken we voor gemeenteambtenaren. We willen hen handvatten geven om beter naar een vraagstuk te kijken. Dat doen wij door kennis te bundelen en voorbeelden te laten zien. Bij autoparkeren kennen we al langer het principe van een aparte plek voor mensen met een beperking. Binnen fietsparkeren was zo’n duidelijk verhaal er nog niet. Terwijl de fiets in Nederland juist zo’n belangrijk vervoermiddel is.’
Daan: ‘Gemeenten willen steeds vaker werken aan een inclusieve openbare ruimte. Dat hoor je overal terug. Tegelijk merk je dat het onderwerp in de praktijk nog versnipperd is. De ene gemeente experimenteert met oplossingen, de andere is er nog nauwelijks mee bezig. Dan helpt het als je de bestaande kennis verzamelt en vertaalt naar een handreiking waar beleidsmakers en ontwerpers mee verder kunnen.’
Wat was de aanleiding om ermee aan de slag te gaan?
Yannick: ‘We zien dat er steeds meer aangepaste fietsen in gebruik zijn. Denk aan driewielers, tandems of andere hulpfietsen. Dat zijn fietsen die mensen gebruiken omdat ze anders niet zelfstandig kunnen fietsen. Tegelijk hebben die voertuigen vaak andere afmetingen dan een gewone fiets. Ze zijn breder, langer of zwaarder. Daardoor passen ze niet altijd in standaardrekken of stallingen.’
Hij vervolgt: ‘In Nederland zijn naar schatting zo’n honderdduizend aangepaste fietsen. Daarnaast heeft ongeveer elf procent van de bevolking een vorm van mobiliteitsbeperking. Dat betekent dat er een aanzienlijke groep mensen is voor wie de fiets niet alleen vervoer is, maar ook een hulpmiddel.’
Daan: ‘Gemeenten merken dat probleem ook wel, maar het ontbreekt vaak aan een overzicht van mogelijke oplossingen. De vraag aan ons was daarom: hoe kunnen we mensen met een beperking helpen om hun fiets net zo vanzelfsprekend te parkeren als ieder ander?’
Hoe hebben jullie dat vervolgens onderzocht?
Daan: ‘We zijn begonnen met deskresearch. We hebben gekeken welke kennis er al beschikbaar is. Denk aan NEN-normen, internationale richtlijnen en bestaande studies. Daaruit bleek dat er best veel informatie bestaat, maar dat die op verschillende plekken staat. Het ontbrak aan een document waarin alles bij elkaar komt.’
Hij vult aan: ‘We hebben interviews gehouden met mensen die zelf een aangepaste fiets gebruiken. Soms zijn we ook met hen de straat op gegaan om te zien waar ze tegenaan lopen. Dat gaf veel inzicht, omdat je dan letterlijk meemaakt waar de knelpunten zitten.’
Yannick: ‘We hebben de resultaten vervolgens besproken in een werksessie met meerdere betrokkenen, waaronder ervaringsdeskundigen. Daar konden mensen aangeven waar iets nog niet duidelijk genoeg was of waar oplossingen niet realistisch leken. Ook die feedback hebben we verwerkt.’
Hoe is de handreiking opgebouwd?
Daan: ‘We hebben het vraagstuk opgesplitst in drie situaties. De eerste is fietsparkeren in de openbare ruimte, bijvoorbeeld op straat of op een plein. De tweede is inpandig parkeren, zoals in stallingen bij stations of publieke gebouwen. En de derde situatie is parkeren met een ontheffing, bijvoorbeeld in een voetgangersgebied.’
Hij vervolgt: ‘Die indeling helpt het gesprek concreet te maken. Elke situatie vraagt namelijk om andere oplossingen. In een stationsstalling heb je andere mogelijkheden dan op een druk plein in een historische binnenstad.’
Yannick: ‘Het gaat er vooral om dat gemeenten zich realiseren dat fietsparkeren voor deze groep niet vanzelfsprekend is. Je moet bewust nadenken over ruimte, bereikbaarheid en manoeuvreerruimte.’
Wat is de meest ideale parkeersituatie voor deze doelgroep?
Daan: ‘Er bestaat eigenlijk geen universele oplossing. Inpandige stallingen hebben vaak voordelen, omdat er toezicht is en omdat voorzieningen beter georganiseerd kunnen worden. Tegelijk zien we dat bereikbaarheid juist daar een probleem kan zijn.’
Hij geeft een voorbeeld: ‘In Utrecht zijn ondergrondse stallingen waar plekken voor aangepaste fietsen zijn gereserveerd. Alleen moet je daar eerst via een helling met een smal gootje naar beneden. Met een driewieler lukt dat niet. Dan is er dus wel een plek, maar kun je er niet komen.’
Yannick: ‘Dat soort voorbeelden laten zien dat toegankelijkheid verder gaat dan alleen een vak reserveren. Je moet ook kijken naar de route ernaartoe en naar de ruimte die iemand nodig heeft om te manoeuvreren.’
Hoe verhouden de bestaande normen zich tot deze handreiking?
Daan: ‘Voor maatvoering bestaan al NEN-normen. Die geven bijvoorbeeld aan hoe steil een helling mag zijn en hoeveel ruimte een fietsplek nodig heeft. Die normen blijven gewoon bestaan. In de handreiking verwijzen we daar ook naar.’
Hij vervolgt: ‘In bestaande situaties kun je niet altijd alles aanpassen aan de ideale norm. Dan moet je kijken welke oplossingen nog wel mogelijk zijn. Soms is dat eenvoudiger dan je denkt, bijvoorbeeld door een aantal plekken op maaiveldniveau bij de ingang van een stalling te reserveren.’
In de handreiking wordt ook gesproken over herkenbaarheid. Hoe zit dat?
Daan: ‘Niet elke beperking is zichtbaar. En ook niet elke aangepaste fiets ziet er meteen anders uit. Daarom kan een herkenningssysteem helpen, bijvoorbeeld in de vorm van een sticker. Als een fiets net anders staat of op een plek waar normaal niet geparkeerd mag worden, kan een handhaver zien dat daar een reden voor is.’
En hij zegt: ‘Het liefst zou je zo’n systeem landelijk invoeren. Dan weten handhavers overal wat ze zien. Tegelijk moet je goed nadenken over de manier waarop zo’n systeem wordt georganiseerd. Dat vraagt nog verdere uitwerking.’
Hoe belangrijk is handhaving hierbij?
Yannick: ‘Handhaving speelt zeker een rol, maar het gaat niet alleen om regels. Het gaat ook om begrip. Mensen moeten weten dat bepaalde plekken echt bedoeld zijn voor aangepaste fietsen.’
Daan: ‘Gedrag speelt een grote rol. Als het rustig is, blijven zulke plekken vaak wel vrij. Maar als het druk wordt, zetten mensen hun fiets er toch neer. Vaak zonder slechte bedoelingen, maar voor iemand met een aangepaste fiets kan dat het verschil maken tussen wel of niet kunnen parkeren.’
Welke rol speelt beheer in dit verhaal?
Daan: ‘Beheer en onderhoud zijn belangrijker dan je misschien denkt. Als een plek netjes gemarkeerd is en goed wordt onderhouden, zien mensen sneller dat het een speciale plek is. Dat beïnvloedt gedrag.’
Yannick: ‘Ook aanwezigheid van personeel kan helpen. In sommige stallingen is iemand aanwezig die een plek kan aanwijzen of kan helpen bij het stallen van een fiets. Dat kan voor iemand met een aangepaste fiets een groot verschil maken.’
Hij vult aan: ‘Voor veel mensen is de fiets een hulpmiddel om zelfstandig ergens naartoe te gaan. Als parkeren een probleem wordt, kan dat betekenen dat iemand minder makkelijk op pad gaat. Daarom is dit geen luxevoorziening, maar een basisvoorwaarde.’
Wat hopen jullie dat deze handreiking oplevert?
Daan: ‘Ik hoop dat mensen met een aangepaste fiets erop kunnen vertrouwen dat ze ergens terechtkunnen. Dat ze weten dat er plek is en dat de route naar die plek ook werkt.’
Yannick: ‘Uiteindelijk gaat het erom dat iedereen zich zelfstandig kan verplaatsen. Daarom is het belangrijk dat het onderwerp standaard wordt meegenomen in ontwerp en beheer. Als je dat vanaf het begin doet, voorkom je veel problemen.’
De ‘Handreiking fietsparkeren en inclusie’ verschijnt in april 2026. Op 2 april 2026 organiseert CROW een webinar waarin de belangrijkste inzichten uit de publicatie worden toegelicht. Daarnaast is de Leidraad Toegankelijkheid, verschenen waarvoor op 17 maart 2026 een webinar is georganiseerd.
