Nieuwsbericht

‘Bij toegankelijkheid draait het om oriëntatie en navigatie’

Profielfoto van Kennisplatform CROW
9 februari 2023 | 3 minuten lezen

Hoe maak je de gedeelde openbare ruimte toegankelijk, veilig en aangenaam voor iedereen? Wat betekent dat voor ontwerp, beheer en onderhoud? Daarover gaat de nieuwe handreiking Toegankelijkheid in Shared Space van CROW-KpVV. De uitgebreide publicatie wordt op donderdag 23 februari toegelicht tijdens een webinar. Aanmelden is nog altijd mogelijk. CROW-kenniswerker Alex Mink is een van de meedenkers en legt uit hoe belangrijk deze opgave is.  

In een stroomversnelling

Dankzij het VN-verdrag Handicap is de aandacht voor dit onderwerp sinds 2016 in een stroomversnelling geraakt. En vergis je niet: Nederland telt ruim 2 miljoen mensen met een functiebeperking. Ze zijn slechtziend, blind, doof, hebben een lichamelijke of verstandelijke beperking of psychische problemen. Volwaardig meedoen kost hen extra inspanning en is zeker niet vanzelfsprekend. Vanwege de vergrijzing wordt deze groep bovendien jaar na jaar groter.

Vanuit overheden is al veel in gang gezet rondom inclusie en toegankelijkheid. Denk bijvoorbeeld aan het nieuwe Bestuursakkoord Toegankelijkheid Openbaar Vervoer, dat eind vorig jaar is ondertekend. Ook is er volop belangstelling voor het Kennisnetwerk Toegankelijkheid van CROW, waar decentrale overheden informatie vinden en ervaringen delen.

Dat zijn positieve ontwikkelingen, maar er moet nog veel gebeuren, zegt Alex Mink (38). Hij was wethouder Mobiliteit in Arnhem en werkt momenteel voor het Gemeentelijke Netwerk voor Mobiliteit en Infrastructuur (GNMI) en voor één dag per week ook alskenniswerker bij CROW. Alex dacht mee over de nieuwe publicatie over toegankelijkheid en blijkt bovendien de aanstichter. Uiteraard schuift hij eind deze maand aan bij de webinar Gedeeld ruimtegebruik: toegankelijk en veilig voor iedereen.  

Goede bedoelingen ontwerpers

Alex: "Vanwege een zichtveldbeperking en een loopbeperking behoor ik zelf tot de doelgroep. Voor mijn opleiding tot verkeerskundig ingenieur heb ik onderzocht hoe mensen met visuele beperkingen omgaan met gebieden die volgens het Shared Space-concept worden ingericht.  Ondanks alle goede bedoelingen van ontwerpers en beheerders worden mensen met visuele beperkingen vaak vergeten in de openbare ruimte."

Alex omschrijft de openbare ruimte als een strijdtoneel. "Wie zich het beste verenigt, krijgt de ruimte. Maar wat je voor de een inricht, kan de ander juist in de weg zitten. Een afgevlakt stoepje is fijn voor een rolstoeler, maar biedt een slechtziende bijvoorbeeld nauwelijks oriëntatie."

De loopruimte wordt vaak gebruikt om allerlei objecten te plaatsen. "Maar het gaat verder dan het aanleggen van een blindegeleidelijn. Als je meerdere mobiliteitsstromen mengt, dan is er bij het ontwerp en beheer een bredere afweging nodig. Ik ben blij dat ik daar een bijdrage aan mag leveren."

Zes kwetsbare doelgroepen

De nieuwe publicatie over toegankelijkheid gaat uit van zes kwetsbare doelgroepen. Dat zijn mensen met een visuele beperking, auditieve beperking, motorische beperking, cognitieve beperking, dyslexie & laaggeletterdheid en kinderen. In de handreiking is per groep aangegeven waar zij behoefte aan hebben in de openbare ruimte. Er is een hele lijst aan suggesties; van pictogrammen, extra verlichting tot aan betere zicht- en looplijnen.

Vanwege de uitstraling van een winkelgebied of plein laten ontwerpers die elementen liever wat achterwege, constateert Alex. De meeste ontwerpers sturen aan op een natuurlijk verkeersgedrag. "Bij meervoudig gebruik van een ruimte ontstaat dat gedrag als je de snelheid op elkaar afstemt. Dus: minder of geen auto’s, vooral fietsers en wandelaars. Iedereen let dan op elkaar en past zich aan. Maar ja, als je blind of slechtziend bent, dan is dat lastig."

Bij toegankelijkheid draait het om oriëntatie en navigatie, legt Alex uit. "Dat moet het vertrekpunt zijn bij een ontwerp. Je hoeft niemand te pamperen, maar creëer houvast en beschutting. En ik geef toe; die zoektocht is best complex, maar daar moeten we wel naartoe."

‘Wereld van mooi’

Alex beschrijft een tweedeling tussen de wereld van functioneel en de wereld van mooi. "De meeste stedenbouwkundig ontwerpers hebben zelf geen beperking en denken vooral vanuit de wereld van mooi. Zij kunnen echt nog hulp en advies gebruiken om hun ontwerp voor een veel grotere groep mensen functioneel te maken. Daar helpt deze publicatie bij."

Het is onmogelijk om het voor iedereen goed te doen, beseft Alex. "Je zoekt met elkaar naar het optimum. Dat betekent ook dat je bepaalde dingen níet moet doen. Dat hebben we eveneens uitgelegd in de publicatie; probeer af te bakenen."

Toegankelijkheid vraagt tevens iets van het beheer en onderhoud. "Wild geparkeerde fietsen, containers op de stoep; dat is lastig. Dus voorkom obstakels. En gebruik kleur, textuur en geur in een ontwerp. Iemand met een beperking gebruikt de andere zintuigen meer. Die helpen bij oriëntatie. Niet alleen als je slechtziend bent, maar ook als je bijvoorbeeld pleinvrees hebt. Of wat als je medegebruikers letterlijk niet kunt horen?"

Eenvoudige tegel helpt

Herkenningspunten helpen. "Je hoeft echt niet de hele straat vol te zetten met hulpvoorzieningen. Maar een simpele tegel bij de winkel kan al informatie geven waar de ingang zit en om welke winkel het gaat. Je wilt vooral weten hoe je je kunt redden met dat wat je wél kunt."

Ook akoestiek is bepalend. "Zorg er dus voor dat je een plein niet inricht als een vlak biljartlaken met alleen maar steen, waarop alles kaatst. Maar gebruik ook bomen, planten of bakken waar je groen in steekt. Dan kader je de ruimte meer af."

In Nederland is de ruimte schaars. Toch wil je zo veel mogelijk mensen vrij en zelfstandig op pad laten gaan. En liefst zo duurzaam mogelijk, weet Alex. "De kosten gaan voor de baten uit. Nederland wordt ouder en het is belangrijk dat we mensen zo lang mogelijk actief houden. Dan praat je dus niet alleen over goede zorg, maar ook over een toegankelijke leefomgeving."