Nieuwsbericht

Wat Europa ons leert over toegankelijke mobiliteit

3 oktober 2026 | 3 minuten lezen

Van 10 tot en met 12 september bezochten Frouck de Boer en Roy Kleise van Koninklijke Visio het European Transport Conference (ETC) in Porto. Tijdens dit internationale congres kwamen beleidsmakers, onderzoekers, vervoerders en toegankelijkheidsexperts uit heel Europa samen om kennis uit te wisselen over de toekomst van mobiliteit. Voor Visio bood het congres een waardevolle kans om nieuwe inzichten op te doen én om Nederlandse ervaringen rond toegankelijkheid internationaal te delen.

Frouck de Boer (links) en Roy Kleise (rechts)

Frouck (links) en Roy (rechts)

Drie dagen stonden presentaties, discussies en ontmoetingen centraal. Hoewel de context per land verschilt, bleek één boodschap overal terug te komen: toegankelijke mobiliteit vraagt om een integrale aanpak waarin de gebruiker centraal staat.

Toegankelijkheid vraagt om meetbare doelen

Een belangrijk thema tijdens de conferentie was het belang van duidelijke doelstellingen voor toegankelijkheid binnen het openbaar vervoer. Veel organisaties spreken ambities uit, maar het meten van voortgang blijkt in de praktijk vaak lastig.

Door concrete indicatoren en KPI’s te ontwikkelen, wordt inzichtelijk of toegankelijkheidsmaatregelen daadwerkelijk effect hebben. Alleen wanneer toegankelijkheid structureel wordt gemeten, kan deze ook gericht worden verbeterd. De conferentie liet zien dat steeds meer Europese landen zoeken naar manieren om toegankelijkheid een vaste plek te geven binnen monitoring en beleidsontwikkeling.

De reis is zo sterk als de zwakste schakel

Ook het belang van een inclusieve ‘end-to-end’-reis kwam veelvuldig aan bod. Voor reizigers met een beperking bestaat een reis niet alleen uit het gebruik van een bus, trein of metro. De toegankelijkheid van een reis wordt bepaald door het gehele proces: van het plannen van de route en het kopen van een ticket tot het bereiken van het station, het overstappen en het aankomen op de eindbestemming.

Wanneer één onderdeel van deze keten niet toegankelijk is, kan de hele reis onmogelijk worden.

Dit vraagt om samenwerking tussen overheden, vervoerders, infrastructuurbeheerders, digitale dienstverleners en belangenorganisaties.

Niet de snelste route, maar de meest passende route

Een interessant inzicht ging over reisplanners en navigatiesystemen. Traditioneel ligt de nadruk vaak op de snelste verbinding, maar voor veel reizigers zijn andere factoren minstens zo belangrijk.

Sommige reizigers geven bijvoorbeeld de voorkeur aan een route zonder trappen, met zo min mogelijk hoogteverschillen of met een rustige, prikkelarme omgeving. Anderen kiezen liever voor de goedkoopste route of voor een verbinding met minder overstappen. De conclusie vanuit verschillende sessies was duidelijk: inclusieve mobiliteit betekent ook dat reizigers keuzevrijheid krijgen op basis van hun persoonlijke behoeften en voorkeuren.

Fietsen als onderdeel van inclusieve mobiliteit

Naast openbaar vervoer kreeg ook actieve mobiliteit aandacht. Daarbij viel vooral de nadruk op het belang van fietsen voor zowel fysieke als mentale gezondheid.

Een toegankelijke en veilige inrichting van de openbare ruimte kan meer mensen in staat stellen om zelfstandig te fietsen. Voor mensen met een visuele beperking, ouderen en andere groepen die extra ondersteuning nodig hebben, liggen hier nog volop kansen. De discussies in Porto boden inspiratie om verder te verkennen hoe toegankelijk fietsen kan worden gestimuleerd en welke rol ontwerp, technologie en infrastructuur daarbij spelen.

Europese uitdagingen vragen om Europese samenwerking

Tijdens de conferentie werd duidelijk dat veel landen met vergelijkbare vraagstukken worstelen. Of het nu gaat om toegankelijke reisinformatie, inclusieve ontwerpprincipes of het meten van toegankelijkheid, overal wordt gezocht naar praktische oplossingen.

Tegelijkertijd bleek dat veel kennis nog nationaal wordt ontwikkeld. Daardoor bestaat het risico dat verschillende landen afzonderlijk werken aan oplossingen voor dezelfde problemen. Juist daarom is internationale samenwerking van grote waarde. Door kennis, onderzoek en ervaringen uit te wisselen kunnen ontwikkelingen worden versneld en kunnen bewezen oplossingen breder worden toegepast.

Nederland loopt voorop én blijft leren

Tijdens ETC kreeg Visio de gelegenheid om internationale deelnemers een inkijk te geven in de Nederlandse praktijk. Daarbij werd aandacht besteed aan zowel de uitdagingen als de positieve ontwikkelingen die in Nederland plaatsvinden op het gebied van toegankelijke mobiliteit.

De gesprekken in Porto bevestigden dat Nederland op verschillende terreinen vooroploopt, terwijl er tegelijkertijd nog belangrijke verbeteringen mogelijk zijn. Juist die combinatie van ambitie, praktijkervaring en bereidheid om te leren van anderen maakt verdere vooruitgang mogelijk.

Inspiratie voor de toekomst

Het ETC in Porto onderstreepte opnieuw dat toegankelijkheid geen afzonderlijk thema is, maar een essentieel onderdeel van mobiliteit, participatie en kwaliteit van leven. De conferentie leverde nieuwe contacten, waardevolle kennis en inspiratie op om verder te werken aan een mobiliteitssysteem dat voor iedereen bruikbaar is.

De belangrijkste les? Inclusieve mobiliteit ontstaat niet vanzelf. Het vraagt om samenwerking, kennisdeling en het consequent meenemen van de diversiteit aan reizigers in beleid, ontwerp en uitvoering. Alleen dan wordt mobiliteit echt toegankelijk voor iedereen.

De oorspronkelijke versie van dit bericht is te lezen op visiozichtoptoegankelijkheid.org