Nieuwsbericht

'Inclusie is een recht, geen gunst'

2 april 2026 | 2 minuten lezen

Tien jaar na de ondertekening van het VN-verdrag Handicap is Nederland nog altijd niet volledig inclusief. Dat blijkt uit een interview van ZonMw met Theo Maas. Maas (1962) werkt bij belangenorganisatie IederIn. Eerder was hij commissievoorzitter bij het ZonMw-programma Gewoon Bijzonder en wethouder in de gemeente Someren. Zijn boodschap is helder: “Inclusie is een recht, geen gunst.”

Sinds Nederland zich in 2016 aansloot bij het verdrag, is er volgens Maas wel degelijk vooruitgang geboekt. Hij zag de gehandicaptenzorg in de afgelopen decennia sterk veranderen. “Ik begon in een tijd waarin we werkten met isoleren, fixeren en medicatie voor mensen met ‘probleemgedrag’. Daar kijken we nu gelukkig heel anders naar,” vertelt hij. De verschuiving van een medisch naar een sociaal model – waarin de nadruk ligt op wat mensen wél kunnen en op volwaardige deelname aan de samenleving – noemt hij een belangrijke stap vooruit.

Ook in de praktijk zijn verbeteringen zichtbaar. Mensen met een beperking wonen vaker zelfstandig en nemen meer deel aan het dagelijks leven. Daarnaast worden ervaringsdeskundigen steeds vaker betrokken bij onderzoek en beleid, onder meer binnen ZonMw-projecten. Volgens Maas is dat een positieve ontwikkeling die bijdraagt aan betere en relevantere oplossingen.

Toch is de uitvoering van het VN-verdrag nog lang niet op orde. Maas stelt dat inclusie in Nederland nog geen vanzelfsprekend recht is. “Inclusie als recht is nog niet vanzelfsprekend,” zegt hij. Hij illustreert dat met een vergelijking: “Als een automobilist van rechts komt, gaat die niet eerst vragen of hij alsjeblieft eerst mag. Maar bij dit verdrag lijkt het alsof je nog steeds moet vragen om je rechten.”

Die achterstand blijkt ook uit recente kritiek van de Verenigde Naties en praktische problemen in het dagelijks leven, zoals ontoegankelijke bushaltes. Ondanks beleidsplannen van de overheid om inclusie te verbeteren, ontbreekt het volgens Maas aan concrete middelen en duidelijke verantwoordelijkheid. Zo is er in recente plannen geen specifiek budget gereserveerd en geen bewindspersoon direct verantwoordelijk voor de uitvoering.

Volgens Maas ligt een belangrijk knelpunt in de opschaling van initiatieven. Veel projecten leveren waardevolle inzichten op, maar blijven beperkt tot lokale toepassingen. “Het blijft moeilijk om de resultaten van lokale projecten naar een hoger niveau te tillen,” zegt hij. Daardoor blijft de impact vaak klein, ondanks goede intenties.

Hoewel Maas erkent dat er vooruitgang is geboekt, waarschuwt hij dat verdere stappen niet vanzelf komen. Zonder structurele inzet, duidelijke keuzes en voldoende middelen dreigt inclusie een ambitie te blijven in plaats van een gerealiseerd recht.

Lees het volledige artikel met het interview met Theo Maas op de website van ZonMW