Veel bushaltes niet toegankelijk voor mensen met een beperking
Meer dan de helft van de bushaltes in Nederland is niet of slecht toegankelijk voor mensen met een beperking. Dat blijkt uit onderzoek van RTV Oost en andere regionale omroepen, die cijfers analyseerden van ov-samenwerkingsverband DOVA.
Vooral mensen met een visuele beperking ondervinden hinder: zes op de tien haltes beschikken niet over voldoende hulpmiddelen, zoals geleidelijnen die goed aansluiten op de omgeving. Voor mensen met een motorische beperking, bijvoorbeeld rolstoelgebruikers, is iets minder dan de helft van de haltes onvoldoende toegankelijk door een te laag perron, gebrek aan ruimte of het ontbreken van een lift.
De verschillen tussen stedelijke en landelijke gebieden zijn groot. In plattelandsgemeenten zijn haltes vaak niet meer dan een haltebord langs de weg, zonder verhoogd perron of schuilvoorziening. In de gemeente Lopik is volgens het onderzoek 95 procent van de haltes ontoegankelijk. De gemeente stelt dat de infrastructuur in de landelijke lintbebouwing niet is ingericht op aparte haltevoorzieningen en dat het aantal gebruikers beperkt is. Tegelijkertijd wijst de Oogvereniging erop dat Nederland het VN-verdrag Handicap heeft ondertekend, waarin is vastgelegd dat openbaar vervoer voor iedereen toegankelijk moet zijn.
Grotere steden scoren aanzienlijk beter. In Hengelo en Amersfoort is meer dan 90 procent van de bushaltes toegankelijk voor mensen met een visuele en motorische beperking. Toch ervaren reizigers in de praktijk nog altijd knelpunten, bijvoorbeeld wanneer geleidelijnen niet logisch doorlopen of chauffeurs onvoldoende alert zijn op hulpvragen. Volgens de onderzoekers zijn de cijfers gebaseerd op de stand van 13 januari en kunnen verschillen ontstaan doordat wegbeheerders niet altijd actuele gegevens hebben aangeleverd.
Lees het volledige artikel op NOS.nl
