Nieuwsbericht

'Toegankelijkheid hoort thuis in de hele keten'

21 februari 2026 | 4 minuten lezen

Hoe breed moet een voetpad zijn voor álle gebruikers? Wat doe je met gidslijnen? Hoeveel ruimte vraagt een driewieler? En wat betekent verlichting voor toegankelijkheid? Het zijn vragen waar beleidsmakers en ontwerpers dagelijks mee worstelen, zeker als belangen botsen. Voor hen is er nu de nieuwe Leidraad Toegankelijkheid van CROW.

Niet achteraf repareren, maar vooraf goed organiseren. Dat is de kern van de nieuwe leidraad, vertelt projectleider Edwin Thoen. Hij werkt als kenniswerker bij CROW, maar begon zijn loopbaan als verkeerskundige bij een gemeente en werkte ook enkele jaren in de zorg. Die combinatie kleurt zijn blik. “Toegankelijkheid is voor mij nooit alleen een ontwerpopgave geweest. Het gaat uiteindelijk over mensen. Over of je ergens kunt komen, het kunt begrijpen en het ook durft te gebruiken.”

De leidraad vervangt de Richtlijn Toegankelijkheid uit 2014. Waar die publicatie vooral technisch was ingestoken, kiest CROW nu bewust voor een bredere benadering. “We willen weg van het idee dat toegankelijkheid een set normen is die je aan het eind van een project even afvinkt. Het hoort thuis in de hele keten. Van beleid tot uitvoering en beheer.”

Enquête over richtlijn

CROW actualiseert publicaties doorgaans eens per tien jaar. De richtlijn uit 2014 was dus toe aan een herijking. Maar volgens Thoen was al snel duidelijk dat een eenvoudige update niet voldoende zou zijn. “We hebben eerst gemeenten gevraagd hoe ze de richtlijn gebruikten. Daar kwamen zo'n 220 reacties op. Dat gaf een goed beeld van wat werkte en wat niet.”

De belangrijkste conclusie: de richtlijn was waardevol, maar te smal. “Hij was sterk technisch ingestoken. Veel maatvoering, veel details. Maar toegankelijkheid is breder dan dat. In projecten zie je vaak dat toegankelijkheid pas laat in beeld komt. Dan ligt het ontwerp er al, of de uitvoering loopt al. En dan ga je toetsen. Dat is eigenlijk de omgekeerde volgorde.”

Dat inzicht leidde ook tot een andere naam. “We hadden er opnieuw een richtlijn van kunnen maken. Maar dat zou niet de lading dekken. Een leidraad zegt: dit gaat niet alleen over ontwerpdetails, maar over hoe je toegankelijkheid organiseert.”

Meer dan fysieke beperkingen

Een belangrijk verschil met 2014 is de verbreding van het begrip toegankelijkheid. De oude richtlijn richtte zich vooral op fysieke toegankelijkheid en zintuiglijke beperkingen. In de nieuwe leidraad krijgen ook mentale en cognitieve aspecten aandacht. “We kijken nu ook naar zaken als oriëntatie, informatieverwerking, laaggeletterdheid, autisme en prikkelgevoeligheid. Dat zijn thema's die steeds relevanter worden. Zeker als je kijkt naar vergrijzing en de groei van dementie. Dan heb je een andere blik nodig op de openbare ruimte.”

Dat vraagt volgens Thoen ook om andere ontwerpafwegingen. “Contrast helpt mensen met een visuele beperking, maar kan ook overprikkeling geven bij andere doelgroepen. Dat soort afwegingen moet je expliciet maken. Toegankelijkheid is geen one size fits all. Het is vaak maatwerk.”

Samenwerking tussen domeinen

Een centrale boodschap van de leidraad is dat toegankelijkheid niet alleen een ontwerpvraag is, maar vooral een organisatievraag. “In veel gemeenten zit inclusie in het sociale domein. Ontwerp en beheer zitten in het fysieke domein. Die werelden moeten elkaar vinden. Anders blijft toegankelijkheid versnipperd.”

De leidraad sluit aan bij het iAMPro-model van CROW, dat de hele keten beschrijft van plannen en realiseren tot beheren en verbeteren. “Toegankelijkheid moet je in die hele cyclus een plek geven. Anders blijft het iets dat je achteraf probeert te repareren. Terwijl je juist vooraf het verschil kunt maken.”

Volgens Thoen vraagt dat ook een andere manier van werken. “Je moet de juiste mensen al betrekken bij het programma van eisen. Niet pas als het ontwerp klaar is. Als je ervaringsdeskundigen en specialistische kennis vroeg organiseert, wordt toegankelijkheid vanzelf onderdeel van het ontwerp.”

Opbouw van de leidraad

De publicatie volgt bewust de lijn van beleid naar praktijk. Eerst komen wet- en regelgeving en beleidsmatige kaders aan bod, daarna het proces en de organisatorische borging. Pas daarna volgt de verdieping naar netwerken en concrete toepassingen.

Bij de uitwerking per vervoervorm sluit CROW aan bij het STOMP-principe. “We beginnen bij Stappen en Trappen, daarna Openbaar vervoer, MaaS en deelmobiliteit, en pas daarna de Privéauto. Dat sluit beter aan bij hoe mensen met een beperking zich verplaatsen. Toegankelijkheid gaat immers over de hele reis, niet alleen over één stukje op de stoep.”

Brede groep partners

De leidraad is tot stand gekomen met een brede groep partners, waaronder Koninklijke Visio, Ieder(in), Alzheimer Nederland, Kenniscentrum Sport en Bewegen, PBT Consult, de Fietsersbond en DOVA. Ook provincies en gemeenten leverden input.

Die brede samenwerking was volgens Thoen noodzakelijk, omdat belangen soms botsen. “Wat goed werkt voor de ene doelgroep, kan nadelen hebben voor een andere. Denk aan ribbeltegels. Die zijn waardevol voor mensen met een visuele beperking, maar minder prettig voor rolstoelgebruikers. Dan moet je samen zoeken naar oplossingen.” Juist dat gesprek maakt het onderwerp realistischer. “Je ziet hoe complex het is, maar ook hoe waardevol het is om die gesprekken vroeg te voeren.”

Voor een beter gesprek

De leidraad richt zich op een brede groep professionals: beleidsmakers, ontwerpers, beheerders en uitvoerders, maar ook op inclusieadviseurs en belangenorganisaties. “Een inclusieadviseur kan hiermee beter het gesprek voeren met het fysieke domein. Een ontwerper kan toegankelijkheid eerder meenemen. En een beheerder kan voorkomen dat toegankelijkheid na oplevering weer verdwijnt.”

Een belangrijk punt daarbij is timing. “Als je ervaringsdeskundigen pas betrekt als het ontwerp klaar is, ben je te laat. Betrek ze bijvoorbeeld bij het formuleren van het programma van eisen. Dan voorkom je herstelwerk en discussie achteraf.”

Digitaal en breed toegankelijk

CROW kiest bewust voor een digitale publicatie. De leidraad is gratis beschikbaar als downloadbare pdf. “Wij vinden het belangrijk dat de basiskennis breed toegankelijk is. Het heeft een maatschappelijk karakter.”

Technische details komen terecht in de CROW Kennisbank en vinden hun weg naar andere publicaties, zoals het ASVV. “Ontwerpers pakken vaak het ASVV. Door onderdelen daar te integreren, wordt toegankelijkheid vanzelf onderdeel van het reguliere ontwerpproces.”

Vast onderdeel

Wanneer is de leidraad voor Thoen een succes? “Als toegankelijkheid geen sluitpost meer is. Als het gewoon een vast onderdeel wordt van hoe we projecten organiseren.” Dat begint volgens hem met een andere mindset. “Zet toegankelijkheid standaard op de agenda bij de start van projecten. Verbind het sociale en fysieke domein. En zorg dat je weet wie je moet betrekken. Toegankelijkheid is geen extraatje, maar een kwaliteitsvraag. Als je het goed organiseert, wordt het vanzelf onderdeel van het ontwerp.”

Met de Leidraad Toegankelijkheid wil CROW professionals helpen om die stap te zetten, besluit Thoen. “Het gaat niet om regels volgen, maar om het gesprek voeren en de juiste afweging maken. Binnen je organisatie, maar ook daarbuiten, met ervaringsdeskundigen die je vanaf het begin betrekt. Want dan werkt toegankelijkheid pas echt door in beleid, uitvoering en beheer.”

Wil je meer weten over de Leidraad Toegankelijkheid en de toepassing er van? Op diverse momenten in het jaar organiseert CROW webinars rond onderwerpen uit de leidraad. De eerste is op 17 maart. Lees hier meer.

Snel naar